Het gezicht van de heropgebouwde stad
Gele baksteen, gevels, bogen en schoorstenen: hoe Nieuwpoort zichzelf weer opbouwde.
De baksteen valt als eerste op: niet rood, maar een zacht zandgeel dat bijna goud wordt in het lage kustlicht. Ze wordt gemaakt van de kalkrijke polderklei uit deze vlakten; gebakken bleekt de kalk de klei licht.

Het heropgebouwde Nieuwpoort gebruikte ze overal en gaf de stad een rustig, eenvormig gezicht: smeedijzeren balkons, trap- en tuitgevels, en luiken in gedempt groen en ossenbloed. Nr. 23a bewaart zijn slagersrolluik, verweerd tot de kleur van de straat.
Kijk omhoog en het vocabulaire herhaalt zich: segmentbogen in baksteen boven deuren en ramen, dakkapellen met gebogen of trapgevels, en hoge geprofileerde schoorstenen. Het is een bewust ouderwetse taal, een regionale Vlaamse-renaissancerevival, in de jaren 1920 gekozen om de stad te herbouwen zoals ze was, niet als iets nieuws.